Vroeger dan normaal ben ik wakker en het geluid van de lente dringt de slaapkamer in.
Vogels die met hun mooiste lied elkaar proberen te imponeren, melden dat het ochtend is.

De lente dient zich in al haar scherpte aan. De zon in de keuken wijst me op de ramen en ik zie dat deze nodig gelapt moeten worden. Het stof en de haren van de hond op de grond kan ik niet meer negeren en ik haal, voordat ik de deur uit ga, nog snel een zwabber door de huiskamer.

De kou op de fiets is verkwikkend en geeft me goede zin voor de dag. Ik heb oog voor mijn omgeving: De bladerloze takken van de bomen als heldere strepen tegen de blauwe lucht en het geel van de narcissen die triomfantelijk heen en weer zwiepen op het koele groen van hun stelen. De meeste bomen staan nog in knop, een enkeling bekend schuchter kleur.

In de les die ik op een school ga geven leer ik kinderen op speelse manier beter om te gaan met hun voelsprieten, concentratie en aandacht.
De lente schijnt ook in de ruimte waar ik de les geef en voor we starten veeg ik nog even de grond. We werken met rubberballetjes en de anders wat drukke groep is gefocust waardoor de oefeningen gaan zoals ze bedoeld zijn. Eén meisje valt me op. De vorige lessen was ze altijd enthousiast met haar aandacht bij de les, maar deze keer is ze ergens anders.
De oefeningen doen het stof in de ruimte opwaaien en door het vallende licht van de zonnestralen zweeft het stof magisch in de lucht. Het meisje is betoverd door de dansende stofwolkjes en zij bevindt zich in haar eigen wereld. Herhaaldelijk probeer ik haar bij de les te houden maar slaag daar maar matig in: Ik zie door haar ogen de schoonheid van het licht en snap waarom het leuker is om daarnaar te kijken.

Na een uur fiets ik tevreden terug en evalueer in gedachte de les. Mijn voornemen om die middag het huishouden te doen laat ik los. Stof is prachtig en ik kan beter even buiten van het licht genieten!